Tussentijdse resultaten
Welke plaats hebben de tussenresultaten in het onderwijsproces en hoe worden deze gerealiseerd?
Klik op 'Meer informatie >'
De tussentijdse resultaten worden gebruikt als signalering om de vorderingen van de leerlingen via een een niet-methodegebonden toets (Cito) te meten en zijn voor ons een belangrijke graadmeter van ons onderwijs. De scores worden vergeleken met de streefscores gesteld in de groepsplannen. Mede naar aanleiding hiervan worden de groepsplannen geëvalueerd en bijgesteld zodat de leerlingen op het juiste niveau onderwijs krijgen aangeboden.
De leerkrachten volgen de leerlingen nauwgezet in hun ontwikkeling. Ze worden intensief geobserveerd tijdens hun werk met het materiaal, maar vooral ook tijdens de kring, in hun spel en in hun omgang met andere leerlingen. Daarnaast worden in de loop van de jaren de gebruikelijke methode-gebonden toetsen en een aantal methode-onafhankelijke toetsen afgenomen. Op die manier wordt de ontwikkeling in kaart gebracht. Mocht de groepsleerkracht hierbij zorg hebben over het verloop van de ontwikkeling, dan wordt de leerling bij de interne begeleider onder de aandacht gebracht.            
De eigen leerkracht en de interne begeleider bespreken samen op welke manier het beste hulp kan worden geboden. De ouders worden hierbij betrokken. Van al deze stappen/handelingen wordt verslag gemaakt, zodat de opgedane ervaring bij de begeleiding van een kind in de volgende jaren niet verloren gaat. Bovendien worden de toetsen die de leerlingen hebben gemaakt door de groepsleerkracht met de interne begeleider  besproken. De ouders worden regelmatig op school uitgenodigd om met de leerkracht over de vorderingen van hun kind van gedachten te wisselen.  
De wijze waarop het dagelijkse werk van kinde­ren wordt bekeken en beoordeeld:
Belangrijk vinden we de werkhouding/inzet van het kind, de toetsresultaten en de manier waarop een kind omgaat met huiswerk. Bij al deze punten houden we rekening met de mogelijkheden van elk kind.  
De verslaggeving van de gegevens:
In de kleutermap worden alle opvallende momenten van uw kind beschreven (m.b.t. werk/gedrag) en binnen het registratiesysteem KIJK worden de verschillende ontwikkelingsaspecten gevolgd. Van de oudere kinderen houden we de resultaten van de toetsen bij in een leerlingvolgsysteem. Voor alle kinderen maken wij verslagen van oudergesprekken waarbij afspraken worden gemaakt en een Ondersteuningsprofiel voor kinderen die extra zorg nodig hebben. Kinderen die extra zorg nodig hebben worden regelmatig tijdens vergaderingen besproken. Eventuele afspraken worden ook in het leerlingdossier vastgelegd.  
Rapportage en oudergesprekken: 
De ouders van de kinderen van groep 1 t/m 8 ontvangen twee keer per jaar een rapport over de ontwikkeling van hun kind. Ook is er de mogelijkheid tot het voeren van een gesprek. In september  worden de ouders samen met de leerling uitgenodigd voor een startgesprek met de leerkracht. Eind januari/februari  krijgen de kinderen het eerste rapport mee naar huis. De ouders worden bij het eerste rapport wederom op school uitgenodigd voor een gesprek met de leerkracht. Tussendoor wordt per kind bekeken welke gesprekken met ouders nodig zijn. Na het tweede rapport, eind juni of begin juli, vindt een eindgesprek plaats. De leerkracht informeert de volgende leerkracht over de vorderingen en resultaten van de kinderen. Deze interne rapportage is onderdeel van het leerlingendossier. Dit dossier is na afspraak ter inzage voor ouders.
Zorgplichtroute:
Fectio heeft bij de start van Passend Onderwijs een route opgesteld die we hanteren als leerlingen worden aangemeld. Er is een route passend bij de aanmelding van kleuters en een voor aanmelding van oudere leerlingen. In de bijlage leest u meer.