Tussentijdse resultaten
Wat zijn de tussentijdse resultaten van de school?
Om na te gaan welke ontwikkeling leerlingen doormaken, neemt elke school regelmatig tussentijdse toetsen af. Naast de methodegebonden toetsen zijn er ook toetsen die onafhankelijk de kennis en vaardigheid van leerlingen in een betreffende vak in kaart brengen.
Welke plaats hebben de tussenresultaten in het onderwijsproces en hoe worden deze gerealiseerd?
De vorderingen van leerlingen systematisch verzamelen noemen we het leerlingvolgsysteem. We bepalen de vooruitigang onder andere aan de hand van methode-onafhankelijke en methode-afhankelijke (bij de gebruikte methodes behorende) toetsen. Voor methode-onafhankelijke toetsen hebben wij een aantal vaste testmomenten per jaar ingeroosterd. Hieronder staan de gebruikte testen :
  • Test voor lezen en leestempo (De Drie-Minuten-Test)
  • AVI-leestoets 
  • NSCCT in groep 4 en groep 7
  • Test voor het technisch lezen van teksten
  • Tempo-Test-Rekenen (TTR)
  • Citotoets Rekenen en Wiskunde
  • Citotoets Woordenschat
  • Citotoets Begrijpend Lezen
  • Citotoets Spelling
  • De IEP-eindtoets in groep 8
  • SCOL (voor sociaal emotionele vorming)

Alle toetsuitslagen worden digitaal verwerkt, hetgeen een duidelijk overzicht geeft. Hiernaast zijn er toetsen en proefwerken uit de dagelijks gebruikte methodes. Voor de weergave van de sociaal-emotionele aspecten gebruiken we observaties, die gegevens opleveren over onder andere de werkhouding, het welbevinden van de kinderen en hoe relaties in de klas liggen. Naast observaties maken de leerkrachten gebruik van ‘SCOL’, een digitale gedragslijst. Relevante gedragsgegevens slaan we op in het leerlingvolgsysteem Esis en bespreken we (indien noodzakelijk) met de ouders.
De eindverantwoording ligt altijd bij de groepsleerkracht(en). In groeps- en leerlingoverleggen bespreken we de vorderingen met elkaar. Minimaal twee keer per schooljaar bespreken we alle leerlingen. Hierbij zijn aanwezig de intern begeleider, de zorgvoördinator en de groepsleerkracht.
Twee maal per schooljaar krijgt u een schriftelijk rapport. Aan de ene kant is dit rapport er om de leerling te stimuleren zijn taak zo voort te zetten of om te stimuleren zijn werk nog beter te doen. Aan de andere kant is het rapport er om ouders te informeren over de voortgang en het juiste niveau waarop de leerling presteert. Voor de kleuters is het observatieprogramma ‘KIJK’ de basis van het gesprek met de ouders.